OOK NEDERLANDSTALIGE BRUSSELAAR HEEFT RECHT OP DIENSTVERLENING IN EIGEN TAAL
Daarom eist het VVO dat ALLE persoonsgebonden materies overgeheveld worden naar de Gemeenschappen/Gemeenschapscommissies, dus niet enkel onderwijs en cultuur, maar ook de sector WELZIJN, samen met de OCMW’s. Meteen lost deze overheveling ook voor een groot deel het zogeheten financieringstekort van het Brussels Gewest op.
21 jaar Brussels Gewest = 21 jaar taalwetsovertreding .
Naar aanleiding van de viering van het 21-jarig bestaan van het Brussels Gewest op 9 mei ll., verklaarde zijn Minister-president Picqué, die graag het masker van de ‘vriendelijke’ Franstalige opzet, dat Franstaligen en Nederlandstaligen in de 19 gemeenten van Brussel harmonisch samenleven. Niets is minder waar : de 47 jaar oude taalwet wordt in Brussel-19 niet toegepast door de Franstalige meerderheid. Nog steeds werven de gemeenten ééntaligen aan, praktisch uitsluitend Franstaligen. Een flagrante overtreding van de taalwetgeving.
Die aanwervingen worden door de voogdijminister van de gemeenten, en dat is Picqué zelf, niet verbroken. Zodoende kunnen de Nederlandstalige Brusselaars en, desgevallend de Nederlandstalige pendelaars en bezoekers, niet in hun eigen taal terecht bij die diensten. Uiteindelijk leven zij onder een soort ‘dhimmistatuut’, opgelegd door een Franstalige meerderheid.
De Nederlandstalige Brusselaar bekomt alzo NIET de dienstverlening in EIGEN taal waarop hij recht heeft. In de meest ergerlijke vorm komt deze wederrechtelijke behandeling tot uiting waar zijn gezondheid en zijn leven op het spel staan, onder andere, bij de medische hulpverlening.
Op klacht van het VVO heeft de Vaste Commissie voor Taaltoezicht bepaald dat ook de personeelsleden, betrokken bij de urgente medische dienstverlening, tweetalig moeten zijn. Dat geldt dus ook voor de desbetreffende personeelsleden van de 3 ééntalige in Brussel gevestigde universitaire ziekenhuizen. Maar van de toepassing van deze al 10 jaar oude richtlijn is niet veel in huis gekomen !
Brandweer ook in de brand ?
Bij de oprichting van het Brussels Gewest in 1988 werd voor het personeel van het Gewest een afwijking voorzien van de door de taalwet opgelegde tweetaligheid. Het ingeroepen excuus was dat veel van die ambtenaren zouden overkomen van centrale diensten, waar ze slechts ééntalig moesten zijn. Dat excuus gold zeker niet voor de brandweerlieden, die tot de op dat ogenblik nog niet opgeheven agglomeratieraad behoorden en tweetalig moesten zijn. Voortaan dienden voor het brandweerkorps taalkaders uitgevaardigd. Dat gebeurde, maar elk nieuw taalkaderbesluit werd door de Raad van State verbroken.
Nu wil de bevoegde staatssecretaris van het Brussels gewest, Doulkeridis (ECOLO), dat de taalwet zelf het percentage betrekkingen per taalrol toekent. Een dergelijke bepaling lost het acute probleem van de taalkennis van het personeel niet op bij een oproep om een brand te blussen . Hoe kan een ééntalige brandweerman verstaan wat een anderstalige bewoner hem tracht diets te maken. Eentalige brandweerlieden en dienstverlening in beide landstalen zou alleen kunnen mits een inzet van 2 ééntalige ploegen. De enige volwaardige oplossing is dat die afwijking van de oorspronkelijke taalwet wordt opgeheven en dat de TWEETALIGHEID VAN HET PERSONEEL terug wordt ingevoerd.
Het VVO verwondert er zich trouwens over dat de Vlaamse regering ter zake passief blijft, terwijl haar regeerakkoord toch bepaalt dat zij ACTIEF de Vlaamse belangen zal behartigen, zelfs met het inroepen van belangenconflicten. Ook zij heeft trouwens diensten gevestigd in Brussel-19, die desgevallend beroep op de brandweer zullen moeten doen. Wat eveneens het geval kan zijn voor het Vlaamse parlement.
Gemeenschapsmateries naar de Gemeenschappen, ook in Brussel .
Het kan niet langer worden aanvaard dat ook voor Gemeenschapsmateries de Nederlandstalige Brusselaar afhankelijk is van de ONWIL VAN DE FRANSTALIGEN, al is het dan via de omweg van de gemeenten. Zo is bijv. in Stad Brussel, juridisch de enige hoofdstad van België,een Nederlands onkundige schepen bevoegd voor het Nederlandstalig onderwijs.
ALLE persoonsgebonden materies moeten daarom worden overgeheveld naar de
Gemeenschappen/Gemeenschapscommissies, niet enkel onderwijs en cultuur, maar ook de sector WELZIJN, samen met de OCMW’s. Meteen lost deze overheveling ook voor een groot deel het zogeheten financieringstekort van het Brussels Gewest op: nu besteedt dit gewest jaarlijks 250 miljoen aan gemeenschapsmateries, waarvoor het NIET BEVOEGD is. Een recent voorbeeld is het financieren van de bouw van meer dan 100 Franstalige kinderdagverblijven via subsidies aan de gemeenten, tegenover de bouwfinanciering van slechts 1 Nederlandstalig kinderdagverblijf.
Zijn de Vlaamse Regering en het Vlaams parlement in slaap gevallen ?